Willem Huizing en Henny Hendriksen

Mijn beide ouders Will Huizing (90 jaar) en Henny Huizing-Hendriksen (85 jaar) zijn recent kort na elkaar overleden, mijn moeder eerst op 13 april 2011 en mijn vader op 26 mei 2012. Mijn vader, al enige jaren licht dementerend, trok eerst nog stoer en vol plannen de wereld tegemoet, maar kon, zo bleek gaandeweg, uiteindelijk toch niet zonder mijn moeder. Dit verhaal is ter nagedachtenis van beiden.
Willem of Will, zoals hij liever genoemd wilde worden, hij vond dat wat chiquer, is in Wildervank geboren op 3 augustus 1921. Hij komt dus uit de provincie Groningen, zoals de meeste van onze familieleden. Wat hem typeert is dat hij daar weg wilde, op zoek naar een beter bestaan. Of was deze wens wellicht ingegeven door zijn verblijf in Nazi-Duitsland, waar hij was tewerkgesteld bij een bakker tijdens de Tweede Wereldoorlog? Hij had daar geen slechte tijd gekend, zo vertelde hij regelmatig, ook al of vooral doordat hij verliefd was geworden op de bakkersdochter. Toen ik hem eens vroeg waarom hij dan niet in Duitsland was gebleven, zei hij dat hij het te vroeg vond om zich te nestelen.
Misschien hierdoor is Will pas op ietwat latere leeftijd getrouwd. Hij was “al” 30 jaar toen hij in 1951 in het huwelijk trad met Henny Hendriksen, een Groningse van 25 lentes uit Borgercompagnie (geboren in 1925). Samen naar Parijs! Dat was toch wat voor die tijd. Guus (Gezienus), mijn broer, werd al gauw geboren (1952) en ik, Ard (Arent) volgde in 1958. Guus in Veendam en ik in Harlingen. Nee, mijn ouders waren niet honkvast; Will kreeg telkens ergens anders een baan, meestal als bedrijfsleider en chocolatier bij een betere banketbakker of soortgelijk bedrijf. Zo hebben zij na Harlingen achtereenvolgens in Nijmegen, op drie adressen in Amersfoort en twee in Veenendaal gewoond. Maar Groningen bleef altijd “om de hoek” en onderling spraken mijn ouders immer Gronings. Mijn broer en ik spreken het dialect niet, maar verstaan doen we het dus wel. We moesten wel.
In mijn vroegste jeugd was mijn vader dikwijls aan het experimenteren met het maken van zwart-wit, oftewel droppoeder, om zijn droom zelfstandig ondernemer te zijn te verwezenlijken. Het daartoe ingerichte “laboratorium” was een hok van twee vierkante meter in de kelder, waaruit hij regelmatig tevoorschijn kwam met nieuwe smaken zwart-wit, gepresenteerd op aluminium schaaltjes. Aan ons de taak om de smaken te testen, aan de keukentafel, vinger in de mond en deppen maar. Ik denk werkelijk dat we hierin experts waren geworden. Uit deze probeersels zijn uiteindelijk “Flipper”, “Skippy” en diverse andere zoete en zoute smaken voortgevloeid, waarmee mijn ouders een eigen bedrijf starten: De Zwart-Wit Koning. Meedeinend op de golven van een groeiende economie in de jaren zestig, durfden ze het aan ondernemers te worden. Will en Henny vulden elkaar daarbij aan als een Siamese tweeling: Will voor de productie en Henny voor de in- en verkoop. Het was een gouden team.
Toen later bleek dat beide zonen geen interesse hadden het bedrijf over te nemen, werd het uiteindelijk verkocht aan een snoepgigant. Will was toen 59 jaar en Henny 55. Ze konden dus eerder met pensioen dan Drees had bedacht. Het eigen huis in Amersfoort werd ingeruild voor een groot appartement in Veenendaal en er was opeens weer tijd voor mijn vader om te dammen en te schilderen, om samen met Henny en vrienden te bridgen, uitstapjes te maken en van het leven te genieten. Dat hebben ze nog 30 jaar gedaan.

Ard (Arent) Huizing 19-12-2012